Dit is het minst toeristische eiland van de Canarische Eilanden en alleen bereikbaar via een boot. In de haven van San sebastián de la Gomera komen de dagjestoeristen vanuit Tenerife dagelijks aan. Het eiland La Gomera is dus meer een eiland dat je als daguitstapje bezoekt, vooral voor wandelaars en naruurliefhebbers.
De hoofdstad van La Gomera is San Sebastián de La Gomera. Een bezienswaardigheid in de hoofdstad is het oudste kerkje op het eiland, Ermita de San Sebastián, gebouwd in 1450. De belangrijkste kerk op La Gomera is Iglesia de la Virgen de la Asuncíon, hier heeft Columbus, die La Gomera drie keer heeft bezocht, ooit gebeden. Ter ere van Columbus wordt op 6 september het Fiesta Colombina gehouden.
Daarnaast bevind zich op Plaza de las Américas een gotische toren uit 1447 genaamd Torre del Conde.
De “toeristische’ terkpleister van La gomera is Parque Nacional de Garajonay. Dit park staat 1986 op de werelderfgoedlijst van UNESCO, en terecht. Het oudste natuurlijke bos ter wereld heeft dankzij haar enorme verscheidenheid aan flora, onder andere de 150 jarige drakenboom Draco de Agalán, en fauna het recht op deze lijst te staan. Natuurliefhebbers komen hier gegarandeerd aan zijn trekken.
In het van La Gomera ligt de zeshoekige Los Órganos ( de ‘orgelpijpen’), steile basalten kolommen. Daarnaast vindt je hier verschillende grote watervallen of ‘cascadas’, zoals bijvoorbeeld de Boca del Chorro. Deze zijn het beste te bezichtigen in de winter.
De twee bekendste badplaatsen op La Gomera zijn Playa de Santiago en Valle Gran Rey.
Playa de Santiago is de plek waar de Barranco de los Cocos en Barranco de Santiago samenkomen. Het is de op één na grootste badplaast op La Gomera en mede dankzij Jardín Tecina, een enorm complex met witte, in lokale bouwstijl, gebouwde bungalows zeer populair.
Valle Gran Rey is het toeristencenrum van La Gomera. Denk er aan dat de stranden op La Gomera zwart en dus erg warm zijn.
Ten westen van het eiland is het mogelijk om met een boot opzoek te gaan naar walvissen en dolfijnen.


